Let op. Het huiswerk van 5 t/m 8 januari staat onder het leerblad aardrijkskunde!
Leerblad Amerika.
Verstedelijking.
Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in een stad. In Zuid-Amerika woont zelfs meer dan driekwart van de mensen in een stad. Vroeger waren de mensen boer. Ze woonden in dorpen of op het platteland. Grote steden waren er nauwelijks.
In Europa begon de verstedelijking het vroegst. In de negentiende eeuw trokken veel mensen naar de stad. Daar waren de fabrieken. Tegenwoordig groeien Europese steden nauwelijks meer.
In Azië, Zuid-Amerika en Afrika zijn de laatste vijftig jaar de steden sterk gegroeid. Daar liggen inmiddels zo’n 275 steden met meer dan 2,5 miljoen inwoners. In Azië zijn de meeste grote steden, maar in Afrika groeien steden het snelst.
Metropool.
In het centrum van een metropool kom je vaak wolkenkrabbers tegen. Omdat er weinig ruimte is moet men wel de hoogte in bouwen. Ook is de grond in het centrum duur. Dit komt omdat grote multinationals (bedrijven die producten over de hele wereld verkopen) graag in het centrum willen zitten. Om het centrum vind je de woonwijken voor de middenklasse. Daaromheen villawijken met veel groen. In de buitenste rand vind je de sloppenwijken.
De sloppenwijken ontstaan doordat er veel arme mensen een onderkomen zoeken. Zij komen van het platteland (boeren). Omdat ze niet genoeg werk en inkomen hebben, trekken ze naar de stad. Ze hopen er werk te vinden.
In een sloppenwijk mis je vaak basisvoorzieningen zoals: water, elektriciteit, riolering en openbaar vervoer. Daar probeert men tegenwoordig wat aan te doen, maar dat gaat nog zeer langzaam..
Kleurrijk continent.
De eerste bewoners van Amerika waren de indianen. Ze leefden van de jacht en de landbouw. In 1492 ontdekte Columbus Amerika. Hij noemde het “de nieuwe wereld”. Na Columbus volgden meer Europeanen.
De Engelsen namen in de zeventiende eeuw Noord-Amerika in bezit. Ze vestigden er koloniën en verdreven de indianen. Veel Engelsen en andere Europeanen gingen als kolonisten naar Amerika. Ze haalden slaven uit Afrika om op de plantages te werken. In 1776 werden de koloniën onafhankelijk van Engeland en werden de Verenigde Staten van Amerika gesticht.
In de negentiende en twintigste eeuw kwamen er steeds meer nieuwkomers naar Amerika. Eerst uit Europa, maar later ook uit andere werelddelen, zoals Azië.
Een wereld vol verschillen.
In Amerika kom je verschillende soorten boeren tegen. De grootgrondbezitter heeft veel land om te verbouwen (graanbedrijven in de Verenigde Staten of veeteeltbedrijven in Zuid-Amerika). Deze bedrijven produceren veel geld. Op de graanbedrijven hebben ze grote machines om het land te bewerken. De grote veeteeltbedrijven hebben veel mensen in dienst. Deze worden “cowboys” of “cauchos” genoemd.
Smallholders hebben juist kleine boeren bedrijven. Wat ze verbouwen eten ze zelf op. Wat over blijft verkopen ze op de markt. Smallholders hebben weinig grond en produceren weinig geld.
Suriname en Nederland.
Suriname was vroeger een Nederlandse kolonie. In 1975 is Suriname zelfstandig geworden. Er zijn toen veel Surinamers naar Nederland gekomen. Zij hadden geen vertrouwen in de Surinaamse regering, er was weinig werk in Suriname en zij hadden vaak veel familie in Nederland.
zondag 3 januari 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)